HOOFDSTUK VI

Terug in Nederland

Na twee jaar in de kolonie, keerde ze ziek terug naar Amsterdam. Dat doet ze vermoedelijk samen met een kompaan uit de kolonie. Die zou belast zijn met de zorg van poppen, larven en insecten.

In 1705 publiceerde ze 60 stuks handgekleurde gravures onder: Metamorphosis Insectorum Surinamensium. De invloed van deze publicatie was niet te overzien. Hoewel er fouten in zijn geslopen is het werk voor het eerst in die vorm gepresenteerd.

Een verklaring die Johan van den Gronden hieraan geeft, is de hitte, de hulp van slavinnen of Inheemsen en de taalbarrière die het ongelooflijk uitdagend moeten hebben gemaakt als correct te registreren.

Driehonderd jaar na het overlijden van Maria Merian en ruim ca. 150 jaar na de afschaffing van de slavernij is de stad Amsterdam nog het toonbeeld van een rijk koloniaal verleden.

De panden die er nog staan hebben het karakteristiek van opslag van goederen op  de zolder. De typische helling naar voor geeft aan dat via een katrol systeem goederen uit de kolonie hier verder verhandeld werden. De grachten in de stad zouden hiertoe zeer strategisch worden gebruikt.

Hieronder een overzicht van bezienswaardigheden in de stad Amsterdam met een slavenverleden:

Het Paleis op de Dam is gebouwd in 1648. Het Stadhuis en vergaderplaats van de Sociëteit van Suriname. De Sociëteit van Suriname bestuurde de kolonie vanuit Amsterdam. In 1683 zouden de WIC, de stad Amsterdam en de rijke familie Aerssen van Sommelsdijck gelijkwaardige aandeelhouders worden van de kolonie. Dit zou duren tot 1770, wanneer het tot een 50-50% aandeel tussen WIC en de stad Amsterdam zou worden getransformeerd. De familie Sommelsdijck zou zich hebben teruggetrokken.
Voorgevels van panden in Amsterdam vertellen ook een verhaal van de kolonies. Suikerriet, koffie en meer. Sint Nikolaasstraat 88-90 met Gevelsteen: ‘T Sernaemse koffievat.